Terwijl ik bij de kapper aan de Vleerstraat in hartje Den Haag uit het raam staar, zie ik aan de overkant een croissant waar gulzig in gehapt wordt. Stukjes bladerdeeg fladderen rond. ‘Fijn’, denk ik, ‘dat dit bakkertje nog bestaat.’ Want bij de supermarktketen twee straten verderop krijg je vier voor de prijs van één. De bakkersvrouw kan nu die blouse kopen in dat boetiekje in het Zeeheldenkwartier. Ze had ook naar die modetoren kunnen stappen die zijn massaproductie over drie verdiepingen uitspreidt en laat naaien in ’n derdewereld land. Mijn fantasie slaat op hol.
De zoon van de boetiekeigenares kan zijn schoenen nu laten maken bij de schoenmaker aan de Torenstraat en die kan dan zijn dochter op een ijsje trakteren. De mensen van de ijswinkel kunnen naar de kantoorhandel en dat personeel kan dan op vrijdagmiddag naar dat leuke terras. Maar wat als de ober zaterdag geen zin heeft om naar de boekwinkel te lopen? Wat als hij die detective bestelt bij Bol of Amazon? Bam! GAME OVER!
Deze fantasie is gebaseerd op één van de fundamenten voor een nieuwe samenleving. Als hetzelfde geld een paar keer rondgaat in dezelfde regio, krijgt de lokale economie een boost. Dat is super, want het mkb maakt je leefomgeving zo prettig, leuk en levendig.
Ondertussen is van de croissant aan de overkant niets meer over. De kapster duwt mijn hoofd weer terug, richting spiegel. Als ik straks nou gewoon even naar die boekwinkel fiets kan ik mezelf in de ogen blijven kijken.

Lokaal kopen
Abonneer
Laat het weten als er
0 Comments
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties